Uitslag van de biopsie
Het laboratorium onderzoekt het stukje weefsel uit de baarmoederhals dat is weggehaald bij de biopsie. Als er een afwijking wordt geconstateerd, spreekt uw gynaecoloog van Cervicale Intra-epitheliale Neoplasie, ofwel CIN-afwijkingen of CIN-laesies.De afwijking wordt in een bepaalde groep ingedeeld. Dat is afhankelijk van grootte en soort van de afwijking.
Er zijn drie groepen: van licht tot ernstig afwijkend. Hieronder vindt u een beschrijving van de drie groepen.
CIN 1
Meer dan de helft van alle vrouwen met dit resultaat heeft geen behandeling nodig, omdat de afwijkende cellen meestal spontaan verdwijnen.
CIN 2
Afwijkende cellen, die CIN 2 genoemd worden, hebben een grotere kans zich verder te ontwikkelen. Vrouwen met dit resultaat krijgen meestal het advies om over een aantal maanden terug te komen voor een herhaling van het onderzoek. In sommige gevallen wordt in besloten om de afwijking te behandelen. Daarbij wordt het afwijkende gebied uit voorzorg verwijderd.
CIN 3
Bij afwijkende cellen die CIN 3 genoemd worden, is de kans groot dat deze zich verder ontwikkelen. Alle vrouwen met dit resultaat krijgen daarom het advies terug te komen voor behandeling. Het afwijkende gebied wordt uit voorzorg verwijderd om te voorkomen dat uit deze cellen baarmoederhalskanker kan ontstaan. « vorige | volgende »



